SSV'65

Start Omhoog

 

Hoofdstuk 1: "Ontstaan van blessures"

 
 

Over het algemeen kan het ontstaan van blessures ondergebracht worden in drie categorieën.

1.1  Interne of persoonsgebonden factoren.

1.2  Externe of omgevingsgebonden factoren

1.3  Belastingsfactoren in de sport

Meestal is een combinatie van deze factoren verantwoordelijk voor het ontstaan van een sportletsel.

1.1 INTERNE OF PERSOONSGEBONDEN FACTOREN

A.    Leeftijd
B.    Geslacht
C.    Aanleg
D.    Gezondheidstoestand
E.    Trainingstoestand
F.    Leefwijze

Deze factoren zijn bepalend voor de belastbaarheid van de sportbeoefenaar. Zowel de individuele mogelijkheden als beperkingen worden door deze factoren bepaald.

A.   LEEFTIJD 

Naarmate de jeugdspelers ouder worden neemt de blessurekans toe. Vanaf de B-junioren wordt de kans op blessures groter. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de lichamelijke ontwikkeling. De toename van kracht en snelheid leidt tot een sneller voetbalspel met meer inwerkend geweld bij de verschillende acties. Bij C- en B-junioren kunnen onder invloed van de groeispurt, bewegingen minder gecoördineerd zijn waardoor blessures kunnen optreden.

B.   GESLACHT 

Door zowel lichamelijke als psychologische verschillen zal de training van een dames elftal er anders uit zien dan van een heren elftal. Deze verschillen zijn bij jongens en meisjes in de jeugdelftallen nagenoeg nog niet aanwezig. Let wel er op dat de pubertijd vaak eerder begint bij meisjes, dan bij jongens.

C.   AANLEG 

Het prestatievermogen wisselt van dag tot dag, van moment tot moment. De vorm van de dag speelt een belangrijke rol. Dit heeft effect op de blessuregevoeligheid. Als je goed in je vel zit, in vorm bent, dan kun je pieken. De kans op een blessure is dan ook vaak kleiner. Een blessure veroorzaakt door een tegenstander valt hier natuurlijk niet onder. Aanleg of talent spelen ook een belangrijke rol. Een speler die veel talent heeft, maar weinig traint heeft vaak hetzelfde resultaat als een speler, die veel traint maar weinig talent heeft.

D. GEZONDHEIDSTOESTAND

Gezondheid is een toestand van zowel lichamelijk, geestelijk, als sociaal welbevinden. Dit is een drie eenheid. Vaak wordt alleen aan het lichamelijke aspect gedacht, maar de twee andere aspecten zijn zeker zo belangrijk. In de relatie gezondheid en sport is het houdings- en bewegingsapparaat het meest kwetsbare deel van het lichaam. Blessures kunnen ontstaan door piekbelasting, zoals sprinten en voluit trappen, en bewegingen die langdurig met dezelfde regelmaat herhaald worden, bijvoorbeeld duurloop. Bij piekbelasting zie je meestal acute spier-, pees- en gewrichtsproblemen, zoals spierpeesscheuringen, kneuzingen en gewrichtsverstuikingen. Bij langdurige, wat eenzijdige, belasting zie je meestal overbelastingsblessures, zoals peesblessures en gewrichtsslijtage. 

E.    TRAININGSTOESTAND

Trainingstoestand zou je kunnen omschrijven als: wat kan een sporter qua prestatie op dat moment aan. Deze kun je verbeteren door specifieke training en is afhankelijk van je gezondheid.

De trainingstoestand wordt dus bepaald door de trainingsbelasting en de gezondheidstoestand. Men kan een goede gezondheid bezitten zonder dat men getraind is, echter omgekeerd is ook mogelijk, bijvoorbeeld gehandicaptensport.

F.    LEEFWIJZE

Sportbeoefening vereist een gezonde leefwijze. Wil men gezond leven, dan verdienen de volgende aspecten de nodige aandacht. 

  • - Voeding

  • - Drinkgedrag

  • - Nachtrust

  • - Roken en alcoholgebruik

  • - Doping

  • - Lichaamsverzorging

Voeding

Tussen een volledige maaltijd en training moet een periode van twee uur zitten, voor een wedstrijd is het zelfs beter drie uur aan te houden. Een lichte maaltijd of hapje tussendoor kan eventueel wel wat korter voor een training of wedstrijd.

Drinkgedrag

Voldoende drinken is erg belangrijk voor een sporter. Het lichaam bestaat voor 60-80% uit water. Vocht vervult een belangrijke functie in het lichaam. Het is een belangrijk transportmiddel voor allerlei stoffen. Extra warmte, welke ontstaat door lichaamsbeweging, moet afgevoerd worden. Dit gebeurt door transpiratie. Afvalstoffen moeten worden verwijderd. Dit kan door transpireren en door urine gebeuren. Zo verliest het lichaam dagelijks nogal wat vocht. Uit onderzoek is gebleken dat 1% vochtverlies de prestatie al negatief beïnvloedt, terwijl een verlies van 2% van het lichaamsgewicht aan vocht het prestatievermogen met 20% vermindert. Het is dus belangrijk dat je tijdig vocht tot je neemt. Het dorstgevoel treedt pas op bij een vochtverlies van 2%. Als je gaat drinken wanneer je dorst krijgt, ben je eigenlijk al te laat. Om bovenstaande situatie te voorkomen is het goed om ongeveer 20 minuten voor de training of wedstrijd een reserve voorraad vocht aan te leggen. Drink dan 250-300 ml water. Tijdens de wedstrijd kun je regelmatig kleine hoeveelheden vocht nemen. Bij extreme omstandigheden is het verstandig vocht met mineralen, bijvoorbeeld zout en natrium, te nemen. Bij vocht- en zoutverlies neemt de kans op spierkramp toe.

 
 

Nog twee tips:

Dranken moeten niet ijskoud zijn, maar tussen 5 en 10 graden Celsius.  

Drink nooit grote hoeveelheden (koolzuurhoudende drank) ineens vlak voor of tijdens de wedstrijd of training.

 
 

Nachtrust

Onvoldoende nachtrust kan leiden tot vermoeidheid. Vermoeidheid leidt tot een verminderd concentratievermogen, een verminderd coördinatievermogen, maar ook last van spierpijn en spierstijfheid. Hierdoor kunnen eerder blessures ontstaan. Het prestatieniveau zal negatief beïnvloed kunnen worden. Naast de lichamelijk vermoeidheid is ook de geestelijke vermoeidheid een belangrijk gegeven.

Roken en alcoholgebruik

Dat roken slecht is voor je gezondheid is een open deur intrappen. Dit geld in het bijzonder voor sporters, want roken belemmert namelijk de opname en transport van zuurstof. Nicotine leidt tot vernauwing van de vaten en een versnelling van de hartslag, zodat roken direct voor of tijdens de sportbeoefening het prestatievermogen belemmert. Alcohol onderdrukt het waarnemings- en coördinatievermogen, terwijl ook de reactiesnelheid achteruit gaat. Het is dan ook logisch, dat alcoholgebruik een sterk verhoogd risico op blessures geeft. Bij de jongste spelertjes, speelt dit natuurlijk nog geen rol, maar bij de oudere jeugd is deze leefwijze vaak wel van toepassing.

Doping

Dit zal op amateurniveau niet vaak gebruikt worden.

Lichaamsverzorging

Een goede lichaamshygiëne is belangrijk voor gezonde sportbeoefening (denk aan verplichte badslippers bij het douchen). Een slechte lichaamsverzorging werkt infecties in de hand. Deze infecties belemmeren op hun beurt weer het prestatievermogen en kunnen in tweede instantie leiden tot blessures. Lange nagels kunnen in de voetbalschoenen gaan drukken, waardoor ze kunnen scheuren of ingroeien. Dit kan ten koste van de prestatie gaan.

1.2  EXTERNE OF OMGEVINGSGEBONDEN FACTOREN

Externe factoren zijn factoren die van buitenaf op een speler inwerken. Tot de externe risicofactoren worden gerekend:

  1. kleding

  2. schoeisel

  3. spelmateriaal

  4. beschermende hulpstukken

  5. bodemgesteldheid

  6. sportaccommodaties

  7. klimaat

  8. leiding, spelregels

  9. medespeler, tegenstander

Maar ook de belasting in trainingen (aantal trainingen per week, tijdsduur per training, aard van de training, arbeid-rustverhouding in de training) en de belasting in wedstrijden (aantal wedstrijden per week) zijn externe risicofactoren voor blessures.


A.   KLEDING

Indien kleding niet goed zit zijn er bijvoorbeeld de volgende problemen te verwachten:

  •        knellende kleding belemmert de bloedsomloop en vaak ook de bewegingen

  •        kousen met stoppen of gaten kunnen blaren veroorzaken

  •        te strak elastiek in de kousen kan kramp in de kuiten geven

  •        te dunne kleding geeft een grotere kans op spierblessures.

B.   SCHOEISEL

  • Te lange noppen op een zachte ondergrond zet het standbeen vast in de bodem. Hierdoor kan een verdraaiing van de knie en in mindere mate van de enkel ontstaan.

  • Te lange noppen op een harde ondergrond geeft minder stabiliteit en geven veel enkelblessures (door de enkel gaan).

  • Te korte noppen op een glad en zacht veld verhogen de kans op uitglijden en daardoor kunnen spier- en peesblessures ontstaan.

Het is raadzaam jeugd tot 18 jaar niet op voetbalschoenen met verwisselbare noppen te laten spelen. De kans op blessures is daarbij groter.

C.   HET SPELMATERIAAL

Het materiaal waarmee gesport wordt is eveneens belangrijk. Bij voetbal is belangrijk dat er met goede ballen wordt gespeeld. Ballen moeten mooi rond zijn, een goede grootte en het juiste gewicht hebben en voldoende veerkracht bezitten. Vaak ziet men dat er bij wedstrijden goede ballen aanwezig zijn, maar dat er tijdens de trainingen duidelijk mindere en/of afgedankte ballen worden gebruikt. Dit kan nadelige invloeden hebben op het spel maar de kans op blessures is zeker ook groter. Met ballen waarvan de veerkracht duidelijk afgenomen is kan niet zo goed en gericht geschoten worden. Er moet veel meer kracht gebruikt worden om de bal over dezelfde afstand en met gelijke snelheid te verplaatsen dan met een bal die de juiste vering bezit. De vorm van de bal is belangrijk voor het juiste balgevoel en de baan waarin de geschoten bal rolt. Denk aan het gewicht van de bal. Spelers zijn gewend aan een bepaald gewicht. Deze ligt tussen de 396 – 453 gram aan het begin van de wedstrijd. Met een te zware of te lichte bal zal de speler een andere kracht moeten geven om de bal te schieten of te koppen. De grootte van de bal is tussen 68 – 71 cm.

D.   BESCHERMENDE HULPSTUKKEN

Vroeger kende men nauwelijks beschermende hulpstukken. Tegenwoordig zijn deze scheenbeschermers gemaakt uit lichte kunststof materialen, waardoor zij de voetballer niet hinderen bij het spelen. Een goede scheenbeschermer valt onder de enkelknobbels en beschermt ook de achillespees. Het is verstandig om de scheenbeschermers niet alleen tijdens de wedstrijd te dragen, maar ook tijdens de training.

Sieraden
Het laat zich raden dat sieraden zeker niet tot de beschermende hulpstukken behoren. Sieraden kunnen juist blessures veroorzaken, vaak bij een tegenstander. Er zijn ook gevallen bekend dat iemand met zijn ring ergens achter is blijven haken en daarbij zijn vinger is kwijtgeraakt. Pas op met sieraden en draag het, indien mogelijk, niet tijdens het voetballen.

E.    BODEMGESTELDHEID

Een goed veld is van belang om goed en veilig te kunnen spelen. Er zijn echter vele factoren die bepalen of een veld er prima bijligt, zoals:

                                               -  effenheid
                                               -  grashoogte
                                               -  grasdichtheid
                                               -  hardheid

Ineens een totaal andere bodemgesteldheid dan waarop men voorheen gewend was te spelen maakt de kans op blessures groter. Iedere bodemgesteldheid heeft namelijk andere eigenschappen. Schokdemping, wrijvingsweerstand, oneffenheid wisselen vaak erg. Deze verscheidenheid in terreingesteldheden vereist onder andere een goede aanpassing van de voetbalschoenen (zie schoeisel). Tegenwoordig spelen veel voetbalteams in de winterperiode op gravel- en kunstgrasvelden, terwijl in de winter ook incidenteel in de zaal wordt gevoetbald. Indien spelers deze ondergrond niet gewend zijn vergroot dit het risico van blessures.

F.    SPORTACCOMMODATIES

Sportaccommodaties dienen aan bepaalde veiligheidsvoorschriften te voldoen. Het is echter belangrijk dat bestuurders en sportkader oog hebben voor het veiligheidsaspect van de accommodaties omdat hiermee de gezondheid van voetballers en publiek is gemoeid. Dit betekent ook een goed onderhoud van voetbalvelden, kleedaccommodatie en de afrastering.

G.   KLIMAAT

Dit klimaat heeft dan ook een directe invloed op de gezondheid van de voetballer. Er bestaat een grotere kans op afkoeling van het lichaam in het Nederlandse klimaat. Het risico van spier- en peesblessures wordt dan groter. Vandaar dat aanpassing van de sportkleding, bijvoorbeeld een trainingspak dragen tijdens de trainingen, zo belangrijk is.

H.   LEIDING / SPELREGELS

Wanneer een scheidsrechter fouten maakt is het belangrijk dat spelers dit accepteren (Hij is ook maar een mens en wel een die zijn vrije tijd opoffert om te kunnen fluiten). Wanneer de beslissingen niet geaccepteerd worden, kunnen de frustraties ontstaan met alle gevolgen van dien. Tevens moet de scheidsrechter de verzorger van een elftal de gelegenheid geven de ernst van een blessure te beoordelen. Hierdoor behoeft een speler niet onnodig lang te blijven liggen met een zware blessure maar kan hij/zij de gewenste EHBO krijgen.

I.     MEDESPELER / TEGENSTANDER

Voetbal is een teamsport, waarbij door de aard van het spel regelmatig lichaamscontact tussen spelers in het veld voorkomt. Tussen de 60% en 70% van alle blessures zijn het gevolg van lichaamscontact ongeacht de leeftijd, het geslacht of het niveau waarop men speelt. Er moet respect zijn voor (de gezondheid van) de tegenstander. In duels moet de aandacht van een speler alleen gericht zijn op het veroveren van de bal. Hierin ligt ook een (mooie) taak voor de trainer, de leider en de andere begeleiding van een voetbalteam. Gezamenlijk met de spelers dient men ernaar te streven het voetbal op sportieve wijze te beoefenen, waarbij men oog heeft voor de eigen gezondheid en die van de tegenstander.

1.3       BELASTINGSFACTOREN IN DE SPORT

A.   TRAININGSBELASTING

In het hedendaagse voetbal is herstel minstens zo belangrijk als een training. Een trainer moet de zwaarte van oefenvormen kunnen inschatten. Als men een zeer zware oefenvorm heeft gedaan waarbij de spelers totaal uitgeput zijn dan is herstel op zijn plaats. Dit kan door enkele minuten rustig uit te lopen en bijvoorbeeld door baltechnische oefeningen te doen.

B.   WEDSTRIJDBELASTING

Voetbal is een teamsport, waarbij de arbeid die verricht moet worden qua frequentie, duur en intensiteit zeer sterk kan wisselen (interval). De wedstrijd is een aaneenschakeling van snelle sprints, dribbelacties, tegenstander omspelen, ingooien, spelonderbreking, langzaam naar een andere positie lopen, etc. Doordat een speler nooit de gehele wedstrijd in actie is, krijgt hij de mogelijkheid voor herstel. Meestal is dit herstel onvolledig. Volledig herstel kan eigenlijk pas na een wedstrijd plaatsvinden. Na een wedstrijd is een aantal dagen nodig om te herstellen. Teveel wedstrijden in een kort tijdsbestek is dus niet aan te bevelen. Vooral in de voorbereidingsperiode wordt door de trainer van de selectie hiermee nogal eens slordig omgesprongen.

 

Deze website is ontwikkeld door: Cees Tims