SSV'65

Start Omhoog

 

 Hoofdstuk 4: "Veel voorkomende blessures bij voetbal"

 
 

4.1 Blaren

Een blaar kan ontstaan door:
• Verbranding
• Bevriezing
• Voortdurende druk of wrijving

De laatstgenoemde soort blaar zal bij sporten het meeste voorkomen. Alleen blaren die zijn ontstaan door druk of wrijving mogen, wanneer de drukpijn te erg wordt, worden doorgeprikt. Soms moet een bloedblaar door een te grote onderhuidse druk en ondraaglijke pijn doorgeprikt worden. Dit moet echter altijd door een arts gebeuren!

Wat te doen:

• Een dichte blaar dakpansgewijs afplakken met reepjes kleefpleister (zie tekening 1). Evt. kun je de blaar ook afdekken, met een blarenpleister.
• Wanneer de drukpijn ondraaglijk is dient de blaar doorgeprikt te worden.
• Ontsmet de blaar vooraf met ontsmettingsmiddel (Jodium/Alcohol).
• Prik de blaar door met een blarenprikker of steriele naald (naald even in een vlam houden; niet zwart laten worden). Prik de blaar op twee plaatsen aan de rand
  door (zie tekening 2).
• Druk het vocht eruit met een steriel gaasje.
• Doe ontsmettingsmiddel op de blaar en dek hem af met een wondpleister of een steriel gaasje met reepjes kleefpleister.

 
 

 

tekening 1

 

tekening 2

 
 

(Herhaling) voorkomen!

• Sokken zonder naden en gestopte gaten voorkomen blaren.
• Blaren worden vaak veroorzaakt door niet goed passende schoenen.

 
 


4.2 Bloedneus

Bij letsel door een val of door een hoog opkomende knie, elleboog of vuist kan een bloedneus ontstaan. In ernstigere gevallen kunnen de neusbotjes breken of kan een bloeduitstorting in het neustussenschot ontstaan. Bij een afwijkende stand of na een krakend geluid bij de botsing is een neusbreuk waarschijnlijk.

 
 


Wat te doen:

• Laat het slachtoffer zitten met het hoofd iets voorover (Schrijfhouding).
• Laat de neus ιιn keer snuiten.
• Knijp de neusvleugels op het neustussenschot (onder het harde gedeelte van de neus) dicht.
• Houd dit 10 minuten vol.
• Gebruik witte watten, steriele gaasjes of een schone handdoek om het bloed op te vangen.
• Raadpleeg een arts wanneer de bloeding na 10 minuten nog niet gestelpt is of een neusbreuk vermoed wordt

 
 


4.3 Botbreuk

De volgende verschijnselen kunnen duiden op een breuk of ontwrichting:

• Pijn/Drukpijn
• Onvermogen het getroffen lichaamsdeel te gebruiken
• Zwelling
• Soms een abnormale stand, abnormale beweeglijkheid of uitwendige wond

Wanneer het vermoeden bestaat dat er sprake is van een breuk moet het sporten meteen gestaakt worden en moet er deskundige hulp ingeschakeld worden. Laat het slachtoffer niets eten of drinken, voor het geval er een operatie en dus narcose nodig is. Wanneer het een breuk van een arm betreft kunt u eventueel zelf de speler naar de huisartsenpost of eerste hulp brengen. Betreft het een botbreuk van een been, laat dan het slachtoffer liggen en bel een ambulance. Dek de speler af met een jas of deken, denk er ook aan om voorzichtig iets onder de speler te leggen, anders kan hij afkoelen door een koude ondergrond.

4.4 Kneuzing en verstuiking

Een kneuzing kan ontstaan door een harde aanraking met bijvoorbeeld een bal, stick of ander sportmateriaal. Als een gewricht omzwikt (b.v. enkel of knie) kunnen het kapsel en de banden rondom het gewricht uitrekken of zelfs scheuren. Dit noemen we een verstuiking of verzwikking. Een kneuzing of verstuiking gaat (vaak) gepaard met:

• Zwelling
• (blauwe) Verkleuring
• Pijn
• Onvermogen het getroffen lichaamsdeel te gebruiken

Wat te doen:

·     Pas de ICE-regel toe:

ICE = Koel met water, ijs of cold-pack gedurende minimaal 10 minuten.

Laat water nooit rechtstreeks op de kneuzing/verstuiking stromen en leg altijd een doek tussen huid en ijs of cold-pack. Trek de schoen alleen uit als hij gaat knellen, laat hem anders aan, dan geeft hij druk waardoor de zwelling niet te groot wordt.

I = Immobiliseren. Zorg dat het lichaamsdeel niet beweegt of gebruikt wordt om op te steunen.

C = Compressie. Laat een drukverband aanleggen, bij voorkeur door een EHBO-er (zie tekening).

E = Elevatie. Leg het lichaamsdeel, indien mogelijk, hoog.

     Laat de sporter het koelen de eerste 48 uur enkele malen per dag herhalen. Adviseer de sporter om bij aanhoudende pijn, (twijfel over) een botbreuk en/of ernstig bandletsel een arts te raadplegen.

Belangrijk!

Ook ribben kunnen gekneusd raken.Wanneer dit het geval is kunnen zich ademhalingsproblemen voordoen. 

Drukverband

Leg bij een kneuzing of verstuiking een drukverband aan met synthetische watten en een ideaalzwachtel. De watten moeten aan beide kanten uitsteken, alles moet bedekt zijn en de zwachtel moet niet te strak worden aangebracht. Dit is te merken wanneer het gevoel in de tenen afneemt of wanneer ze kouder worden.

Voor een enkelverstuiking, het meest voorkomende sportletsel, gaat dat als volgt:

 

Laat de sporten zijn tenen optrekken naar boven, zodat de enkel een hoek maakt van ongeveer 90 graden. Vraag tevens aan welke zijde het zeer doet. Doet de buitenzijde zeer, wikkel dan de ideaalzwachtel vanaf de buitenzijde over de voet heen en trek hem aan van de buitenzijde naar binnenzijde.

(Herhaling) voorkomen!

• Stabiele en stevige schoenen verkleinen de kans op enkel- of knieletsel.
• Tapen van gewrichten of het dragen van een brace kan blessures voorkomen. Bij tapen worden zodanig stroken tape aangelegd dat de gewrichtsbanden extra
   steun krijgen.Tapen is vrij kostbaar bij langdurig gebruik. Een brace heeft hetzelfde effect als een goed aangelegd tapeverband.
• Volledig herstel is de beste methode om herhaling van een blessure te voorkomen. Revalidatie- en aangepaste trainingen bevorderen het herstel.

Het tapen van een enkel gaat als volgt:

 
 

1. Leg de eerste tapestrook een handbreedte boven het uitstekende botpunt van de enkel. Deze tapestrook hoeft niet helemaal rond, wat de bloedcirculatie kan af klemmen. Laat aan de achterzijde een stukje open of leg de uiteindes schuin over elkaar.

2. Leg de tweede tapestrook aan net onder de tenen, zodat deze nog vrij kunnen worden bewogen. Leg deze ook niet geheel rond, om bovengenoemde redenen. Let er op dat er aan de onderzijde van de voet geen vouwtjes zitten, want deze kunnen blaren veroorzaken.

3. Deze strook loopt van strook 1 aan de binnenzijde, onder de voet door, naar strook 1 aan de buitenzijde.

4. De strook loopt van strook 2 aan de binnen zijde, strook 2 aan de buitenzijde. Let er op dat deze niet te strak zit, omdat dan de achillespees in de verdrukking komt.

5. De strook kent het zelfde verloop als strook 3, maar dan net iets verder naar voren, met een lichte overlap
 
 


6. Deze strook begint op het punt waar strook 4 en 5 elkaar snijden. Hij loopt onderlangs de voet naar de buitenzijde. Hij eindigt op strook 1 aan de binnenzijde (zie volgende afbeelding). Let er weer op dat er geen vouwtjes in de tape aan de onderzijde zitten.

7. Deze strook kent het zelfde verloop, maar begint alleen verder naar achter dan strook 6 en eindigt meer naar de buitenkant dan strook 6.

 

Op deze afbeelding is goed te zien waar de stroken 6 en 7 eindigen.

 
  Wanneer deze zeven stroken zijn aangelegd, moeten er nog drie stroken gelegd worden, om te voorkomen dat de tape loskomt of oprolt. Strook 8 heeft hetzelfde verloop als strook 1, strook 9 heeft hetzelfde verloop als strook 4 en strook 10 heeft hetzelfde verloop als strook 2.
Tape een enkel ongeveer 20 minuten voor de wedstrijd in, zodat de tape goed kan hechten op de huid. Sommige sporters scheren de haren wanneer ze getapet worden. Dit is geen probleem, maar moet niet dezelfde ochtend gebeuren, wanneer er gevoetbald en dus getapet moet worden. Gebeurd dit wel dan is de huid nog geοrriteerd door het scheren en kan er huidirritatie ontstaan. Veel voetballers halen de tape er zelf af, wat meestal veel pijnlijke gezichten geeft. Wanneer de tape doorgeknipt wordt, met een speciale tapeschaar, op de plaats waar de stroken 2 en 10 lopen en waar strook 7 aanhecht en door de stroken 6 en 7 (zie afbeelding) dan kan de tape makkelijk verwijderd worden. Zonder dat er veel haar meekomt en zonder de pijnlijke gezichten.

 

 
 

Bij een acute ernstige verdraaiing/verstuiking van de knie zijn de verschijnselen:

  • Heftige pijn

  • Functiestoornis/het niet meer kunnen gebruiken van de knie

  • Pijn bij buigen, strekken en draaien

  • Plaatselijke zwelling of bloeduitstorting

  • Direct optredende algehele zwelling van de knie in de uren erna.

Wanneer iemand na een verdraaiing van de knie, zelfs al na het herstel, blijft klagen over het op slot springen van de knie, heeft een grote kans dat de meniscus beschadigd is. Bent u niet zeker van wat er aan de hand is met de knie, stuur de speler door naar de huisarts.  

Een kneuzing die ook vaak voorkomt is de kneuzing van een of beide teelballen, of te wel de bal wordt in het kruis geschoten. Het beste wat u kunt doen is de speler zelf een zo aangenaam mogelijk houding in laten nemen. U kunt ook koelen met koud water wat de pijn dempt. Bloedverlies in de urine, direct optredend of na enige uren, betekent een directe verwijzing naar de huisarts.
 

 
 

4.5 Kramp

Kramp is een veelvoorkomend verschijnsel. Het duidt op oververmoeidheid van de spier, die het teveel aan afvalstoffen niet voldoende kan afvoeren. Ook bij spierletsel kan kramp optreden. Kramp komt vaak voor in de kuitspier. 

Wat te doen:

• Laat de persoon ontspannen zitten of liggen.
• Probeer de verkramping door losjes schudden van de getroffen spier eruit te krijgen.

• Als schudden niet helpt (bij kramp in de kuitspier):
   - Het been strekken en de tenen optrekken
   - Even loslaten
   - Deze handeling zonodig herhalen
• Als de kramp niet op deze manier niet verdwijnt, kan iemand voorzichtig de kuitspier rekken door de tenen van het
  slachtoffer richting het gezicht drukken (zie tekening)

Belangrijk!

Bij kramp trekken bepaalde spieren zich voortdurend samen. Dit is te verhelpen door de spier die tegengesteld werkt aan de verkrampte spier te activeren.

• Bij kramp onder de voet en in de kuit betekent dit dat de tenen zoveel mogelijk richting scheenbeen moeten worden gebracht met een gestrekte knie.
• Bij kramp aan de achterkant van het bovenbeen, betekent dit dat het been gestrekt moet worden en de romp (neus) zoveel mogelijk richting het gestrekte been
   moet worden gebracht.
• Bij kramp aan de voorzijde van het bovenbeen, betekent dat de knie gebogen moet worden.

(Herhaling) voorkomen!

• Een goede warming-up, inclusief rekoefeningen, verkleint de kans op kramp
• Voldoende drinken bij hoge temperaturen.
• Volg een goede trainingsopbouw en bouw voldoende herstelmomenten in.
• Wanneer een sporter erg vaak last heeft van kramp in de kuiten verwijs hem dan eens naar een specialist (arts, fysiotherapeut, orthopeed) voor advies. Soms levert
   het verhogen van de hak van de voet al een dusdanige verandering in de stand van de voet op waardoor de kuit minder zwaar wordt belast.

Tip:

Bij kramp onder de voet en in kuit en dus wanneer de tenen in de richting van het scheenbeen moeten worden gebracht met een gestrekte knie. Is het handig om de voetbalschoen uit te trekken, doe dit voorzichtig. Het uitrekken van de voetbalschoen heeft twee voordelen; 1 de tenen kunnen beter naar het scheenbeen bewogen worden, 2. voor degene die dit doet is het ook prettiger, om op een kous te drukken dan op de noppen van een voetbalschoen.

 

 
 

4.6 Spierscheuring

Een spierscheuring kenmerkt zich door onderstaande verschijnselen:

• Plotseling optredende pijn (lijkend op een messteek of zweepslag)
• Gedeukte en/of abnormaal gezwollen spierbuik boven of onder de aangedane plek
• Blauwe verkleuring onder de aangedane plek (na enkele uren/dagen)
• Blijvende stijfheid van de getroffen plek

Een spierscheuring komt vaak voor in de kuit en hamstrings.

Wat te doen:

• Pas de ICE-regel toe (zie voor de uitleg de ICE-regel paragraaf 4.4)
• Verwijs het slachtoffer naar een arts voor verdere behandeling.

U kunt testen of er sprake is van een verrekking of scheuring, dit doet u op de volgende manier:

U brengt de spier op lengte totdat de speler aangeeft dat het pijn doet, wanneer dit punt bereikt is laat u de speler de aangedane spier aanspannen. Neemt de pijn nu toe, dan is er sprake van een spierscheuring. Wanneer de speler het gevoel heeft gehad dat hij gestoken is of dat er met een steentje op de spier geschoten werd, dan is er sprake van een zweepslag. Wanneer de speler last heeft van een spierscheur in de lies, kunt u ook een zogenaamde liesbreuk uitsluiten of bevestigen. Dit doet u door de speler op zijn handpalm te laten blazen, neemt de pijn nu toe, dan is de kans groot dat hij een liesbreuk heeft. Stuur de speler door naar de huisarts. Bent u niet zeker van uw diagnose stuur dan de speler door naar de huisarts, u kunt beter voor niets door gestuurd hebben, dan dat achteraf blijkt dat u hem wel had moeten doorsturen.

(Herhaling) voorkomen!

• Een goede getraindheid, een uitgebreide warming-up en een verstandige sporthervatting  verkleinen de kans op een spierscheuring aanzienlijk.
• Bij een kuitspierscheuring is een hakverhoging tijdens het herstel prettig en effectief.

4.7 Steken in de zij

Bij forse en langdurende inspanningen kan een sporter steken in de zij voelen. Meestal zit deze pijn links onder de ribbenboog (ter hoogte van maag/milt) of rechts in de leverstreek. Het vermoeden bestaat dat de steken worden veroorzaakt door een prikkeling van het middenrif (dat gebruikt wordt bij de ademhaling) of door kramp in het deel van de dikke darm dat zich in de bovenbuik bevindt. Steken in de zij zijn niet gevaarlijk, alleen onplezierig.

Wat te doen:

• Laat de persoon rustiger sporten en goed doorademen.
• Laat, als dat niet helpt, de persoon even stoppen met sportbeoefening en adviseer zich lang te maken (het hele lichaam uitrekken).
• Laat de persoon eventueel op de rug liggen.

(Herhaling) voorkomen!

• Gebruik geen zware maaltijden vlak voor het sporten.
• Doe een goede warming-up waarbij de snelheid en intensiteit van de inspanning geleidelijk wordt opgevoerd.

4.8 Klachten die te maken hebben met de groeispurt

Wanneer de spelers in de groeispurt zitten, dan groeien hun botten harder dan de spieren. Hierdoor worden de spieren constant extra gerekt, waardoor de spieren klachten gaan geven bij het voetballen. Het beste wat hier tegen te doen is, is rekken. Door te rekken verleng je de spieren en geef je ze een prikkel om zich aan te passen. Er zijn veel verschillende rekoefeningen, niet allemaal zijn ze even belangrijk. De oefeningen zijn ook afhankelijk van de spieren die klachten geven, in hoofdstuk 2 zijn een aantal oefeningen gegeven, die gebruikt kunnen worden. De trainer moet er rekening mee houden dat deze spelers blessure gevoeliger zijn dan hun teamgenoten, die nog niet in de groeispurt zitten. Houd hier rekening mee bij de training en de wedstrijd. Laat deze spelers een langere warming-up doen met meer rekoefeningen. Laat ze wanneer ze veel last hebben een training overslaan, of laat ze alleen lopen en rekken.

Ziekte van Osgood Schlatter

Wat is het?

De meest voorkomende botaandoening op de middelbare school. Bij (meestal) jongens vanaf ongeveer het 10de jaar wordt een knobbel onder de knie aangetroffen dat pijnlijk is bij kloppen en soms rood en warm. Er is soms ook wat vocht in de knie, spontane pijn bij springen en moeite met diepe kniebuigingen. Het is een voorbijgaande onschuldige aandoening. Te sterke belasting van de "kniepees" moet vermeden worden. Veel spelers krijgen een (tijdelijk) sportverbod van de specialist.Een enkele keer is intapen nodig. De ziekte kan zowel enkelzijdig als beiderzijds voorkomen. U zal spelers met deze aandoening dus een tijd moeten missen, ondanks dat ze zelf meestal graag willen spelen. Maar om ernstig letsel te voorkomen, wordt dit afgeraden door de artsen.

4.9 Ernstige blessures en ongevallen

Een blessure is ernstig als:

  1. De pijn niet verdwijnt onder invloed van koeling.

  2. Er sprake is van een duidelijke vorm- of standafwijking.

  3. De speler niet in staat is de gekwetste structuur (meestal het been) te belasten (staan).

  4. De speler niet in staat is weer normaal te functioneren (achtereenvolgens wandelen – hardlopen – voetballen)

  5. De speler en/of omstanders een krakend geluid melden of de speler een knappend geluid heeft bespeurd.

  6. Een gewricht direct opzwelt na een verstuiking.

(zie voor uitgebreide informatie hoofdstuk 3)

Bij een ongeval gelden de volgende grondregels:

  1.      Voorkom paniek

  2.      Stel het slachtoffer gerust, praat met hem, leid hem af; door te praten kunt u terloops informeren naar de klachten.

  3.      Kent u de klachten, neem dan maatregelen zonder meteen actie te ontplooien op EHBO-gebied.

  4.      Ga niet slepen met het slachtoffer: vervoer per brancard is het werk van deskundigen.

  5.      Dek het slachtoffer toe (deken, trainingspak, jas) om afkoeling te voorkomen.

  6.      Verzamel zoveel mogelijk gegevens over ontstaan en oorzaak van het ongeval en de verschijnselen die u hebt geconstateerd: eventueel de eerste hulp die u toepaste zodat de arts informatie kan worden verstrekt, wat al is gebeurd.

  7.      Snelle, deskundige hulp kan met bij een ongeval inroepen door het eerst de politie te waarschuwen.

 

 

Deze website is ontwikkeld door: Cees Tims